Breek de kracht en den arm vol van geweld Der godd'lozen, ende bezoek zeer haast Haar boosheid, en hen die voor ogen stelt; Opdat ze vergaan en werden verbaasd. Dan zult Gij, Heer! (ofschoon de boze raast) Heersen als Koning, en uit Uwe landen Werden geroeid al de schalken met schanden.